Is Ezechiël 38 & 39 een Vaste Profetie voor Alle Tijden?

Het komt ter sprake wanneer de gemoederen over Iran en omringende landen hoog oplopen: de betekenis van de profetie van Ezechiël in de hoofdstukken 38 en 39. Een vijand uit het noorden trekt op om Israël te vernietigen. Een nietsvermoedend volk raakt verwikkeld in een strijd op 'de bergen van Israël' en reageert met zware middelen. Hoewel God het toelaat, zal Hij zijn volk bevrijden. Het karakter van deze hoofdstukken nodigt uit om de profetie telkens in een nieuwe tijd te plaatsen en tegelijk roept het de vraag op:

Kunnen we Ezechiël 38 & 39 blijven toepassen op onze eigen tijd? Of zijn hier ook grenzen aan?

Ezechiël 38: 1-6 (NBV)

Als oriëntatie beginnen we met de eerste verzen van Ezechiël 38.

[1] De HEER richtte zich tot mij: [2] 'Mensenkind, richt je blik op Gog, de oppervorst van Mesech en Tubal, in het land Magog, en profeteer tegen hem. [3] Zeg: "Dit zegt God, de HEER: Gog, oppervorst van Mesech en Tubal, ik zal je straffen! [4] Ik kom je halen, ik sla haken door je kaak en laat je wegtrekken met heel je leger, met je paarden en ruiters, met je schitterende krijgers, met heel die menigte zwaardvechters, bewapend met kleine en grote schilden; [5] en dan nog de soldaten uit Perzië, Nubië en Libië, met hun schilden en helmen, [6] en Gomer met al zijn troepen, Bet-Togarma uit het uiterste noorden met al zijn troepen: heel veel volken zijn het!"'

'Een vreemd stuk': Ezechiël 38–39 in zijn context

'Een vreemd stuk', zo kenschetst een bijbelwetenschapper de hoofdstukken 38 en 39 van het boek Ezechiël (International Bible Commentary). Het verhaal voelt merkwaardig aan tussen de hoofdstukken 37 en 40, waarin het lijkt alsof het narratief van de eerdere hoofdstukken gewoon wordt vervolgd. De profetie van Ezechiël over een vijand uit het noorden en de overwinning van Israël steekt daardoor af als een vreemde eend in de bijt. Maar waarom is dat?

Profetie: voorspelling of boodschap?

Ten eerste heeft deze profetie een sterk universeel karakter. Daarmee bedoel ik niet 'werelds' of 'mondiaal', maar universeel in de toepassing ervan. Het is namelijk lastig om de vijand Gog uit het land Magog in een specifieke historische tijd te plaatsen. Dat is normaal gesproken wél de bedoeling: je probeert de Bijbel, en zeker profetieën, te begrijpen in de context van hun ontstaan. Profetieën zijn immers niet per definitie toekomstgericht in de zin van voorspellend. We beoefenen geen waarzeggerij, maar theologie. We luisteren naar wat God zegt over ons leven in deze tijd.

Een profetie is dus in de eerste plaats een hemelse blik op de aardse werkelijkheid. Profeten, of het nu hofprofeten of lokale profeten zijn, geven een boodschap door die zij van God hebben ontvangen. Menselijke vertekening is daarin mogelijk, maar de kern blijft overeind: God heeft een oordeel over wat er op aarde gebeurt.

We bevinden ons hier in de zesde eeuw voor Christus. Een tijd van ballingschap, een gruwelijke periode voor het volk Israël, ver van huis en haard, in een vreemd land met vreemde talen en gewoonten.

Wie is Gog? Historische achtergrond

Het is goed mogelijk dat Gog staat voor de Babyloniërs zelf, die vanuit het noorden het land verwoestten en mensen deporteerden (587 voor Christus). Dat lijkt de meest voor de hand liggende uitleg. Ezechiël 39 lijkt dat zelf ook te bevestigen. De laatste verzen noemen concreet de reden voor deze ballingschap. De naam Gog blijft echter raadselachtig: hij doet meer denken aan de Lydische leider Gyges, de eerste van de Memniadische dynastie (ca. 685–644 voor Christus), die delen van Klein-Azië veroverde. Gog of Gyges: de overeenkomst is er. Al klinkt Gog en Magog inmiddels meer als een duo uit The Lord of the Rings, maar dat is bijzaak. Gog blijft een mysterie, en juist daardoor is hij een uitstekende kandidaat om telkens opnieuw als eigen vijand in te vullen.

Van Rusland tot Iran: moderne invullingen van de profetie

En dat invullen gebeurt dan ook uitvoerig. Iedereen plaatst er zijn eigen geliefde vijanden in. Rusland lijkt een vaste kandidaat, mede doordat de naam Rosh in hetzelfde verhaal voorkomt (de NBV vertaalt dit als 'oppervorst', maar het kan ook 'vorst van Rosh' betekenen). China wordt ook wel genoemd, maar Iran vaker. Dat is begrijpelijk, want het gebied dat de profeet beschrijft, verwijst rechtstreeks naar het Oud-Perzische gebied dat wij nu Iran noemen. Magog zou dan letterlijk betekenen: 'het gebied waar Gog vandaan komt' (Keith W. Karley, 1974). Mesech en Tubal zijn gebieden rondom de Zwarte Zee: het huidige Noord-Turkije, Armenië of Georgië.

De Iraanse revolutie van 1979 voedde al een golf van eindtijddenken, net als vele andere ingrijpende gebeurtenissen. In tijden van onrust en chaos grijpen mensen naar de Bijbel voor antwoorden. Ezechiël is daarin een vaste kandidaat, net als het boek Openbaring. Niet zonder reden, want het laatste boek van het Nieuwe Testament speelt met soortgelijke thema's als Ezechiël.

Eschatologische kleuring: het einde aller tijden?

Dat brengt ons bij de tweede reden waarom deze hoofdstukken wat vreemder aandoen dan de rest van het boek: ze zijn sterk eschatologisch gekleurd, ofwel gericht op een toekomstig eindoordeel. In dit geval het moment waarop alle volken zullen erkennen dat 'Ik de Heer hun God ben'. God laat Gog er niet mee wegkomen en nodigt Israël uit aan tafel, zij het voor een maaltijd bereid van de vijand. Het centrale thema is Gods bevrijding van Israël van haar vijanden. En dat blijft een aantrekkelijk thema wanneer je in oorlog verkeert en loyaal bent aan dat volk.

Een ongemakkelijke waarheid: God laat het toe

Wat hierbij vaak wordt vergeten, is dat God in Ezechiëls woorden de vijand niet slechts toelaat, maar hem als het ware zelfs uitnodigt om Israël te straffen voor haar wandaden. Dat maakt dit verhaal uiterst complex. God slaat de haken door de kaken van de vijanden, hij verslaat hen, maar hij gebruikt hen ook om Israël een les te leren. Kun je het je voorstellen? Midden in een ballingschap verschijnt er een profeet die zegt dat het je eigen schuld is.

Je ligt op de grond en krijgt nog een trap na.

En tegelijk moet dit ook troostrijk zijn: niets gebeurt waar God niet van afweet. Hem ontgaat niets. Sterker nog: hij lijkt de grote regisseur te zijn. Als hij het toelaat, kan hij het ook stoppen. God blijft soeverein, ook wanneer de wanhoop hoogtij viert. Maar dan moeten we wel consequent zijn: als dat voor tóen geldt, geldt het ook voor nú. Als we de Bijbel behandelen als een blauwdruk van de toekomst, moet je dit ook meenemen in je verhaal. God redt niet alleen, hij laat ook veel toe.

Mogen we profetieën van toen op vandaag plakken?

Kunnen we profetieën als deze, die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de mensen van toen, nu ook naast onze eigen gebeurtenissen leggen? Ja en nee. Ik begin met 'nee'.

Nee, dat kan niet zomaar. Ezechiël schreef dit niet, samen met zijn volgelingen en redacteuren, voor onze generatie. We zijn belangrijk, maar ook weer niet zó belangrijk. De Bijbel is geen Google Maps met de route naar de eindtijd. Was dat maar zo, want dan wisten we alles en konden we alles verklaren.

Pas op voor de valkuil van bijbelse alverklaring. Waarom zou je dat überhaupt willen? Ik acht het gevaarlijk, omdat je daarmee allerlei oorlogen kunt rechtvaardigen. 'Het staat er, dus het mag.' Als de tekst werkelijk voorspellend is, betekent dat nog niet dat wat er staat gewild of bedoeld is. Als we die denkfout maken, verschuilen we ons achter deze woorden en negeren we de wandaden van de staat Israël en erger nog: we stappen over de vele duizenden levens die hun dood hebben gevonden door wapens van vernietiging.

God strijdt, niet wij: een noot bij Hegseth en Psalm 144

Als we het dan letterlijk nemen: in Ezechiël is het God, niet Israël, die strijdt. Het gebed van Pete Hegseth, de Amerikaanse minister van Defensie, dat God 'de volledige overwinning geeft op hen die hun kwaad willen doen', valt daarmee in het niet. Ik betwijfel ook zijn lezing van Psalm 144: 'Geprezen zij de Heer, mijn rots, die mijn handen oefent voor de strijd en mijn vingers voor de oorlog.' Over welke strijd hebben we het dan? Je kunt je niet zomaar achter God scharen in militaire conflicten. De tijd van de kruistochten is voorbij.

Toch ook 'ja': de blijvende boodschap

Maar ook 'ja': de boodschap die in deze tekst klinkt, mag telkens opnieuw klinken. Want nadat God zegt dat hij de Heer, hun God, is, voegt hij eraan toe dat hij hen heeft uitgeleverd aan de vijanden, omdat ze 'mij ontrouw waren' (Ezechiël 39:22-23). De waarschuwing die van de tekst uitgaat, is vele malen belangrijker dan de historische nauwkeurigheid van de profetie. Die waarschuwing luidt: 'Israël, stop met wat je doet! Houd op met onrecht, want anders...' God is heilig en vraagt heiligheid van zijn volk én van de hele mensheid. Dat is het centrale thema van het hele boek (Keith W. Karley, 1974). Heiligheid is barmhartigheid. We moeten blijven luisteren naar wat goed is om te doen.

Tot slot: in het licht van Jezus

Daarmee wil ik ook deze blog afsluiten: met de woorden van Jezus, waar deze tekst uiteindelijk om draait. Alles wat we doen en alles wat we lezen, ook in het Oude Testament, moeten we bezien in het licht van zijn persoon en leven. Wat is dan mijn taak als zijn volgeling, als zijn naamdrager? Te doen wat hij zegt dat we moeten doen. Dat gaat boven alle profetieën uit, en het is ook de beslissing waarvoor ieder van ons staat. Wat weegt zwaarder: een oudtestamentische profetie of de woorden van Jezus? Het gevoel van zekerheid dat je weet wat er gaat gebeuren, of trouw zijn aan zijn leven? Dat is een leven in het teken van dienstbaarheid.

Als volgelingen van Jezus hebben we zeker een politieke presentie, maar die wordt gekenmerkt door de kracht van de liefde: je vijanden liefhebben en de andere wang toekeren. Dat is onze politieke kracht, dat is een zachte kracht, en niet iedereen vindt dat even stoer of krachtig. Maar het zou al helpen als we ophouden politieke analisten te spelen, want we weten niet alles. Laten we gewoon doen wat de Heer der heren van ons vraagt. En dat is, laten we eerlijk zijn, al moeilijk genoeg.

Comments