Jezus kende het boek Jona goed. Volgens de evangeliën noemt hij Jona in zijn woordenwisselingen, vaak met farizeeën en schriftgeleerden. Zij vragen hem om een teken als bewijs dat hij de Mensenzoon is. Zijn antwoord in de verschillende evangeliën stelt ons voor een raadsel. 'U zult geen teken gegeven worden!' is het kortste antwoord uit het oudste evangelie Marcus, dat de naam van Jona helemaal niet noemt. De evangeliën Mattheüs en Lucas noemen Jona wel, maar allebei met een andere uitleg. Wie heeft gelijk? En wat bedoelt hij dan met het teken van Jona? En belangrijker: wat zegt het ons vandaag? Een exegetische oefening met een actuele boodschap.
Foto door Dheephotography
Het is een van de raadsels van het Nieuwe Testament. Wat bedoelt Jezus nou met 'het teken van Jona'? Er zijn veel verschillende visies hierop. Welke route nemen we in onze zoektocht? Eerst kijken we naar welke teksten over een soortgelijke gebeurtenis gaan, namelijk over de vraag of Jezus een teken uit de hemel wil geven. We stellen een 'kale' basistekst vast, waarmee we willen toetsen wat Jezus gezegd zou kunnen hebben zonder de variaties hierop te diskwalificeren. Ik wil laten zien dat Jezus - in tegenstelling tot sommige historici - wel degelijk de naam van Jona heeft aangehaald, ook al ben ik het met ze eens dat de associatie van Jezus met Jona in zijn tijd gevoelig lag. Vervolgens ga ik in op de vraag waarom hij geen andere teken dan het teken van Jona verwachtte. Wat bedoelde hij daarmee? Ik verklap het alvast. Het teken van Jona is niet alleen een verwijzing is naar de kruisiging en opstanding van Jezus, maar een notificatie dat de universele God van alle volken goedheid verlangt, zeker ook van zijn eens verkozen volk. God kijkt volgens Jezus vooral naar de waarden van zijn koninkrijk en niet naar eigenschappen als etniciteit. Het gaat om goedheid, nederigheid en verruiming van onze harten. God heeft geen favorieten.
Figuur 1. de vier 'teken-teksten' naast elkaar
Waarom noemt Marcus als oudste evangelie de naam Jona niet?
Om achter de betekenis te komen van wat Jezus bedoelde met 'het teken van Jona' zullen we eerst moeten vaststellen wat hij daadwerkelijk heeft gezegd. Eh, dat klinkt vreemd. Hij heeft dit toch allemaal gewoon gezegd? Ja, maar de evangeliën zijn gebaseerd op verschillende bronnen. En die bronnen van ooggetuigen en toehoorders kunnen weleens net andere dingen hebben gezegd en gehoord. De schrijvers baseren hun verslag op eigen en andere bronnen, soms op verschillende en soms dezelfde bronnen. Bovendien kunnen ze net een ander publiek voor ogen hebben en kunnen ze net even anders denken over bepaalde zaken. Kortom, die verschillen zijn er. Die moeten we ergens accepteren. Dat maakt hen geen leugenaars of slechte historici. Het maakt hen menselijk en het maakt de bijbel een bijzondere verzameling van menselijke activiteit waarin -wonderlijk genoeg- Gods stem hoorbaar is. De evangelieschrijvers zijn bekwame schrijvers die duidelijke doelen voor ogen hadden met als hoofddoel om Jezus uit Nazareth zo goed te portretteren, dat anderen overtuigd raken van zijn uniekheid in Gods reddingsplan in de wereld. Dat moeten we vooral voor ogen houden. Nu naar de teksten zelf.
De evangelieschrijvers zijn bekwame schrijvers die duidelijke doelen voor ogen hadden met als hoofddoel om Jezus uit Nazareth zo goed te portretteren, dat anderen overtuigd raken van zijn uniekheid in Gods reddingsplan in de wereld.
Welke teksten verwijzen naar Jezus en 'het teken van Jona'? Er zijn vier tekstgedeelten die zo sterk op elkaar lijken dat ze het waard zijn om naast elkaar geplaatst te worden (zie figuur 1 hierboven). Dat zijn (a) Marcus 8: 10 - 13, (b) Mattheüs 16: 1 - 4, (c) Lucas 11: 29 - 32 en (d) Mattheüs 12: 38 -42. De verschillen in de teksten roepen gelijk de vraag op of de geschetste situaties teruggaan naar een en dezelfde gebeurtenis of dat hier meerdere gebeurtenissen aan ten grondslag liggen. We zien dat twee plaatsen genoemd worden. Geven die ons misschien een 'clue'? Niet echt. De plaatsen Dalmanuta (a) en Magadan (b) zouden weliswaar dezelfde plaats kunnen zijn aan de westelijke kant van het meer van Galilea, maar dat is discutabel. Dalmanatu is waarschijnlijk een metoniem, een plaats bewust door de schrijver genoemd om een nieuw publiek aan te spreken (Watts, 2013). Bij Lucas (c) en Mattheüs 12 is de locatie minder duidelijk. Het kan dus heel goed om een eenmalige gebeurtenis gaan, heel misschien om meerdere gebeurtenissen.
Waar wordt 'het teken van Jona' expliciet genoemd? In de laatste drie teksten (a, b, c) wordt 'het teken van (profeet) Jona' genoemd, in de eerste niet (a). Maar de tekst (a) lijkt zodanig op de andere drie dat die hier ook bij hoort. Sterker nog, de tekst van Marcus (a) mag je als de oudste beschouwen. Waarom? De schriftelijke versie van het evangelie wordt in vergelijking met de andere evangeliën door historici en bijbelwetenschappers vaak voor de val van Jeruzalem geplaatst (70 CE). Mondeling werden deze woorden al langer doorgegeven, maar het kwam als eerste zo verzameld op papier (of papyrus moet ik zeggen). Het evangelie van Marcus is in de basis ook het kortst. Dat zegt niet alles, maar de redenatie is dat als je later een verhaal doorvertelt, je eerder ervoor kiest elementen eraan toe te voegen dan eruit te halen. Dat is een van de criteria van historische tekstanalyse die we voorlopig toepassen. De redacteuren leggen namelijk steeds meer uit, voegen steeds meer toe, tenzij iets het echt waard is om weg te halen. De kale basistekst die we voorlopig aanhouden als Jezus-eigen, is:
'Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’ (a)
Zoals je ziet wordt de naam van Jona hier in Marcus helemaal niet genoemd. De grote vraag is waarom. Een hele goede verklaring is dat Marcus of zijn redacteurs bewust de opstandige profeet eruit hebben gehaald om te voorkomen dat Jezus met hem geassocieerd wordt. Jona was immers 'slechts' een profeet en bovendien niet het toonbeeld van een gehoorzame dienstknecht. Jezus was in de ogen van de vroege christenen zoveel meer. Jezus en Jona in een adem noemen, ligt dus gevoelig.
Lucas en Mattheüs laten Jona met de nodige moeite in hun evangelie
Die gevoeligheid zou verklaren waarom anderen bij het noemen van Jona het wel nodig vonden om er een uitleg aan te geven (ook wel 'pesjer' genoemd). Dat zien we in ieder geval bij Lucas 11 (c) en Mattheüs 12 (d). We zien daar zelfs een uitgebreide redenatie van Jezus die aangeeft dat hij meer is dan Jona, ja zelfs meer dan de gevierde koning Salomo. Hij gebruikt hiermee een bekende oud-joodse of rabbijnse retoriek om een publiek te overtuigen, genaamd 'qal vachomer'. 'Qal vachomer' heeft als logica: dat wat geldt in een minder belangrijke situatie, zeker geldig is in een belangrijkere situatie (Van den Brink, z.d.). Als mensen al luisterden naar Jona en Salomo, des te meer zullen zij luisteren naar de Mensenzoon. Jona wordt dus bewust in deze teksten (c, d) gehouden, maar wel met een hele duidelijke toevoeging dat Jezus niet zomaar met Jona te vergelijken is.
Zijn het Jezus' eigen woorden?
Het zijn niet deze latere toevoegingen (c, d) die de leden van het Jesus Seminar deden besluiten dat deze woorden in zijn totaal niet bij de authentieke woorden horen van Jezus. Dat deed het woord 'generatie' ('genea' in het Grieks). In sommige bijbelvertalingen wordt dat woord vertaald als 'geslacht' wat Jezus' boodschap des te huiveringwekkender maakt. Jezus noemt zijn tijdgenoten een verdorven en trouweloos geslacht. Normaliter deinst het Jesus Seminar niet terug van zijn strengheid en rauwheid, maar in dit geval kennen zij -in een krappe meerderheid- die woorden niet aan de man van Nazareth toe. Wat niet geholpen heeft, zijn de apocalyptische begrippen die Jezus in deze teksten (c, d) hanteert. Het grote oordeel wordt genoemd. De leden wijzen die apocalyptische invloeden faliekant af. In mijn ogen -deze keer- onterecht.
Ja, Jezus noemde Jona echt
Wat deze overtuiging alleen niet zo overtuigend maakt, is dat Jezus al wat minder hoog van de apocalyptische toren blaast in de vroegere teksten (a, b). In Mattheüs 16 (b) wordt Jona genoemd: 'Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona.’ Waarom zou Jezus niet de naam van Jona kunnen noemen? Door zijn joodse onderwijs zou hij het boek Jona door en door gekend hebben. Ook werkt het schaamtecriterium (de gevoeligheid om met Jona vergeleken te worden) hier juist wel erin mee dat Mattheüs de naam Jona van de opstandige profeet laat staan. Dat zegt iets. Als Jezus de opstandige profeet niet heeft genoemd, dan is het beter om dit weg te laten. Dat zou namelijk zijn eer aantasten (aldus de redenatie van het 'schaamtecriterium'). Waarom zou je als schrijver dat riskeren? Tenzij je een uitgebreide disclaimer erbij zet. In het geval van Mattheüs wordt die al in hoofdstuk 12 gegeven: Jezus is veel meer dan een profeet, dus kan hij niet gelijkgesteld worden aan die opstandige profeet van een Jona.
Bovendien is het woord 'generatie', die als niet-eigen aan Jezus wordt betiteld, helemaal niet zo ongewoon in Jezus' tijd. Het zou volgens de leden pas door Paulus en de zijnen worden ingevoerd. Het woord 'genea' werd echter al veel langer in de betekenis van 'tijdgenoten' of 'huidige mensheid' gebruikt, door de oude Grieken als ook in de Septuagint, de voor de jaartelling Griekse vertaling van de Hebreeuwse bijbel (Büchsel in Kittel, 'Genea'). Doorslaggevend is dat Jezus in Marcus niet eens 'generatie' noemt, maar 'aan mensen als u'. Er is dus een variant die over het teken uit de hemel spreekt zonder het afgekeurde woord. Hoe dan ook, de bron (Q), waar Lucas en Mattheüs naast Marcus gebruik van maken, heeft de naam van Jona opgetekend. Daar hebben zij gretig gebruik van gemaakt, zij het elk met een andere uitleg. Laten we kijken wat zij überhaupt (c, d) als uitleg geven aan 'het teken van Jona'.
Mattheüs' bonus over de opstanding
Bij Lucas zien we dat Jezus als Mensenzoon een teken voor 'deze generatie' zal zijn zoals Jona als profeet was voor Ninevé (c). Het gaat hier dus om de persoon zelf en zijn boodschap. Jezus geeft dus een waarschuwing, zoals Jona dat deed. Alleen nu niet aan een heidens volk, maar aan het eens verkozen volk Gods zelf. Bij Mattheüs wordt het teken van Jona meer richting de kruisiging en opstanding geduwd. Niet alleen Jona als profeet is het teken, maar ook dat wat hij heeft meegemaakt. 'Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven' (d). Het heeft hier een zwaar theologische invulling gekregen, zoals dat in typologie werkt. Dan krijgen oude teksten nieuwe betekenis. Een goed voorbeeld is dat de fysieke bevrijding van Israël uit Egypte nu gebruikt wordt als de geestelijke bevrijding die de Messias geeft. De apostelen hebben van niemand anders dan Jezus geleerd om de Hebreeuwse bijbel te lezen als iets dat in vervulling kan gaan (Van den Brink, z.d.). Het is een soort eschatologische lezing. En nu zien we dat Jona, die in de buik van de grote vis zat, een type is voor Jezus die in het binnenste van de aarde verbleef. We parkeren deze prachtige visie. Niet omdat die niet mooi of betekenisvol is, maar omdat die meer op een herinterpretatie lijkt van wat Jezus nou bedoelde met het teken van Jona. Vandaar dat ik Mattheüs als laatste in het rijtje plaats (d), omdat het hier wel erg ver afwijkt van de oorspronkelijke basistekst (a): 'Ik verzeker u: aan mensen als u zal zeker geen teken gegeven worden!’
Sporen van Gods universele goedheid
Wat beide teksten (c, d) gemeen hebben is dat niet 'deze generatie', dus niet Jezus' tijdgenoten, niet de joodse farizeeën en de sadduceeën een ereplek krijgen, maar een stelletje heidenen: een ene koningin van het Zuiden en de Ninevieten. Zij zullen volgens Jezus zelfs als heidenen deze Israëlieten oordelen! Daar zegt hij iets schokkends. Dat zal niet in goede aarde gevallen zijn. Ik vrees echter wel dat we in de zoektocht naar de betekenis van het teken van Jona in deze richting moeten gaan denken. Ook andere volken kunnen aanspraak maken op de God van Israël. De koningin van het Zuiden, die naar Salomo de gevierde koning van een verenigd koninkrijk Israël is gegaan, is niemand anders dan Seba de heerser van het Arabisch Schiereiland. De Ninevieten zijn niemand anders dan de Assyrische overheersers van het Oud-Israëlisch territorium ten tijde van de profeet Jona (Gunn, 2003). Jona, die waarschijnlijk de Jona ben Amittai uit het boek van 2 Koningen is, voorspelde al eerder dat de grenzen van het Israëlisch territorium hersteld zouden worden (7 eeuwen voor de jaartelling). En dat gebeurde toen. Ook al waren juist de Ninevieten degenen die ze enkele decennia later zouden vernietigen. Nu moet hij een zeer machtig volk dat Ninevé als hoofdstad heeft, en bovendien toen de grootste stad van de wereld werd genoemd, gaan vertellen dat zij verloren gaat. God heeft dat zo gewild. Jona ziet de bijl hangen en vlucht (Jona 1: 1 - 3). Ergens wel te begrijpen. Jona geeft uiteindelijk toe aan zijn roeping door Gods geboden hulp op zee (Jona 2 & 3: 1 - 4). De heidense Ninevieten komen tot inkeer en roepen een vastentijd uit (Jona 3: 5 - 9). God ziet het aan en herroept zijn oordeel (Jona 3: 10). Jona wordt boos (Jona 4: 1 - 3). God vraagt waarom hij niet zijn genade en liefde aan 120.000 mensen en de dieren mag tonen, zoals Jona dat doet aan dat ene boompje waar hij niks voor heeft gedaan (Jona 4: 9 - 11). Lucas en Mattheüs geven met het verwijzen naar Jona en de Ninevieten een notificatie af, namelijk dat God ook buiten zijn eerder verkozen volk goedheid schenkt.
Net als de profeet Jona heeft de Mensenzoon Jezus ook een boodschap te vertellen en nu is die ook gericht tot Gods volk zelf. Hij geeft ze daarmee een keuze. Kom tot inkeer en bekeer zoals elk ander volk dat moet doen. Stop met wat je doet en doe goed!
Een recap
Tijd voor een recap. We kunnen dus zeggen dat Jezus nooit Jona of het teken van Jona heeft genoemd (a) óf dat hij het wel heeft genoemd (b), hetzij met een uitgebreide uitleg om de schaamte weg te werken (c), hetzij met een bonus over de kruisiging en de opstanding (d). Als de schaamte zo groot was dat Jezus niet met Jona geassocieerd mag worden, dan is het begrijpelijk dat Marcus het eruit liet (a) of dat anderen er een extra uitleg bij gaven (c, d). Dat het teken van Jona ook kan betekenen dat hij op zal staan uit de dood is een bonus, maar dat hij doelde op de bekering van heidenen tot de God van Israël lijkt meer voor de hand liggend. Het teken van Jona lijkt dus te wijzen naar de gebeurtenis dat God zijn genade en liefde aan een heidense stad toonde die tot inkeer kwam na een boetepreek van een profeet. Net als de profeet Jona heeft de Mensenzoon Jezus ook een boodschap te vertellen en nu is die ook gericht tot Gods volk zelf. Hij geeft ze daarmee een keuze. Kom tot inkeer en bekeer zoals elk ander volk dat moet doen. Stop met wat je doet en doe goed! Jullie zijn een verdorven (en trouweloos) geslacht! Deze woorden ademen de woorden van het lied van Mozes in Deuterenonium 32:
19 Toen de HEER zag wat u deed,
bemerkte hoe zijn kinderen hem krenkten,
ontstak hij in hevige toorn en zei:
20 “Ik zal me van hen afkeren
en dan eens zien hoe het hun vergaat.
Want dit is een verdorven geslacht,
niemand van hen is te vertrouwen.
21 Ze tergden mij met wat geen god is
en daagden mij uit met hun nietige afgoden.
Daarom terg ik hen met wat geen volk is,
ik daag hen uit met een volk zonder verstand.
(woorden door auteur vetgedrukt)
Ook hier lees je van een verdorven geslacht. Doelde Jezus hierop? Gebruikte hij bewust deze woordspeling? En ook hier lees je van een volk zonder verstand. Is dat niet net als het heidense volk Ninevé dat nog niet eens het verschil tussen links en rechts kende (Jona 4: 11)? Zou Jezus dan niet bewust hebben gezegd dat het enige teken dat zijn tijdgenoten uit de hemel gaan zien, het teken is dat God zijn genade en liefde zal gaan tonen aan andere volken, zoals hier geschreven staat: 'Daarom terg ik hen met wat geen volk is, ik daag hen uit met een volk zonder verstand' (vers 21). Als mijn eens verkozen volk, dat een licht moest zijn voor de hele wereld, niet handelt naar mijn genade en liefde, dan zal ik evengoed andere volken mijn genade en liefde geven. Jona baalde van deze universele goedheid van JHWH:
1 Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. (Jona 4: 1 - 2)
Jezus en Jona: wat moeten we hiermee vandaag?
De vraag voor ons vandaag is: Wekt deze goedheid naar andere volken en mensen ook bij ons een woede op? Kan het zo zijn dat God niet zomaar blind achter een volk gaat staan? Dat ook zijn eens verkozen volk moet bekeren zoals alle andere volken? Jona wilde wegens die universele goedheid zelfs niet meer leven. Sommigen zeggen dat het een eerkwestie was. Jona kon toch als profeet van JHWH niet eerst doem en duisternis verkondigen en dan machteloos toekijken hoe God zijn boeteboodschap teniet deed. Het is de reactie van een trotse Midden-Oosterse man. Anderen zeggen dat Jona zo nationalistisch was dat hij helemaal niet wilde dat de God van Israël ook genade toonde aan andere volken. Het is 'my God and my country first'. Jona eigent zich de ongrijpbare God toe, houdt vast aan dat wat was. Dat is de reactie van een onzekere man in een chaotische wereld.
Zou Jezus dan niet bewust hebben gezegd dat het enige teken dat zijn tijdgenoten uit de hemel gaan zien, het teken is dat God zijn genade en liefde zal gaan tonen aan andere volken?
Het zou best kunnen dat hij zo boos was wegens zijn grote rechtvaardigheidsgevoel. Gods goedheid druiste daartegen in toen hij een zondig volk zomaar van al het kwaad vergaf na een op een laatste moment georganiseerde vastentijd. Ja, zo kan ik het ook. Eerst lekker doen wat je wilt en dan op het eind bekeren. Die man die bij Jezus aan het kruis hing, werd ook het koninkrijk beloofd. Wat voor leven heeft hij dan geleid? Hoe kan Jezus hem dat zomaar toezeggen? Het is de reactie van een man die liever wil dat goedheid aan goede mensen wordt getoond en kwaad aan slechte mensen. Dat is toch een rechtvaardige wereld? Het is de wet van een oog voor een oog, een tand voor een tand. God moet wie goed doet belonen en wie slecht doet bestraffen.
Hoe aanlokkelijk ook, ik vrees dat je dan niet bij onze God moet zijn, die ons in het leven van Jezus uitdaagt om je vijanden lief te hebben, je wang toe te keren en kwaad met goedheid te overwinnen. Johannes de Doper zei al dat God uit stenen kinderen van Abraham kon verwekken (Luc 3: 8) en Jezus riep zijn publiek op om je te gedragen als kinderen van Abraham als je zegt dat te zijn. Jezus erkent hiermee de unieke positie van het volk Israël, maar ziet het koninkrijk van God meer op goedheid en nederigheid tot stand komen in plaats van een specifieke etniciteit. Zijn verhaal van de barmhartige Samaritaan, de parabel van de maaltijd en zijn lof voor de Romeinse centurion en Syro-fenicische vrouw geven die richting al aan. En met 'het teken van Jona' maakt hij het definitief. De verkiezing van een volk heeft altijd als doel gehad om Gods goedheid te demonstreren aan de hele wereld. Als het ene volk dat niet laat zien, dan blijft God niet stil staan. Zijn goedheid marcheert gewoon door. De nieuw-testamentische schrijvers zetten de lijn stevig door: God maakt geen onderscheid tussen mensen, Jood of Griek (e.g. Gal. 3: 28). Hij heeft geen favorieten. Over de hele linie van de mensheid kijkt hij naar een ding: wie probeert zo ruimhartig te zijn als Ik? In het koninkrijk van God, niet alleen als een toekomstige maar als een huidige realiteit, is dat de grote gemene deler.
De verkiezing van een volk heeft altijd als doel gehad om Gods goedheid te demonstreren aan de hele wereld. Als het ene volk dat niet laat zien, dan blijft God niet stil staan. Zijn goedheid marcheert gewoon door.
Conclusie
Jezus wordt om een teken uit de hemel gevraagd. Zijn respons is dat dit verdorven geslacht niets te zien krijgt dan het teken van Jona. Een harde boodschap. Je kunt je als eerder verkozen volk niet meer beroepen op je uitverkorenheid. Er is een universele boodschap van een universele God. Jezus roept op tot genade en liefde zoals zijn Vader ze toont aan wie hij wil. Het beoefenen van liefde door onze ruime harten leren we met vallen en opstaan, maar dat lijkt wel de weg van de Mensenzoon te zijn, dus ook die van ons. Als christenen ligt onze loyaliteit namelijk bij hem: Jezus, de enige en echte Christus.
Reacties
Een reactie posten